Karel Doing, filmer, beeldend kunstenaar, producent en curator, presenteert onder de noemer 'Unseen Films' een selectie kortfilms en 2 live performances in de zaal met projecties en muziek.
kortfilms + performances
donderdag 18 maart 2010, 19.30 uur
Karel Doing presenteert ‘UNSEEN FILMS’
met Karel Doing, Jesse Franzen en Michal Osowski
Het wordt donker, het geroezemoes verstomt, een projector begint te ratelen, en dan valt er licht op een wit doek. Na twintig jaar experimenteren is Karel Doing (Canberra, Australië, 1965) nog onverminderd geboeid door de magie van cinema. Doing, oprichter van de lowbudgetfilmwerkplaats Studio één, presenteert in Lumen onder de noemer ‘Unseen Films’ een combinatie van film en live performances. We spraken met de filmmaker en beeldend kunstenaar over celluloid, de samenwerking van twee ontregelaars en de betovering van de filmvertoning.
„Op de kunstacademie en ook in de jaren daarna heb ik veel met celluloid gewerkt, met Super8 en 16mm. Dat was een fantastische leerschool, een bron waar ik nu nog uit put. Het mooie aan celluloid is dat het zo basic is. Het is tastbaar, je kunt het vastpakken. En concreet: één filmframe is één filmframe. Wat je ook doet: het blijft gewoon dat plaatje. En een knip is een knip. Als je aan de filmmontagetafel edit, een knip maakt, dan heb je ook echt een beslissing genomen. Dat geldt met name voor Super8: dat is zo fragiel, iets terug plakken is eigenlijk niet mogelijk.
Er is een sekte ontstaan van filmmakers die alleen met celluloid willen werken; die vinden alles wat digitaal is ‘fout’. Maar zo zie ik het niet. Het gáát niet om het materiaal. Het gaat om het product, om die unieke ervaring in een zaal, dat moment van de projectie. Dat neemt niet weg dat het geweldig is om te experimenteren met celluloid, met emulsies, met handmatig ontwikkelen. Maar met digitale technieken kun je weer ándere, níeuwe dingen doen. Ik blijf nieuwsgierig. Op het moment ben ik bezig met materiaal van het Filmmuseum, uit 1927, dat zeer ernstig aangetast is. Ik bewerk hogeresolutiescans, en de digitaal bewerkte beelden worden weer teruggezet op film. Dat is echt prachtig: alsof je heen en weer flitst door de geschiedenis! Mijn motto is dan ook: niets weggooien en overal mee werken.
De kunstacademie waar ik op zat, de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem, beschikte over prachtig Super8-materiaal. Dat wilden ze kwijt toen eind jaren tachtig de eerste U-matic videosets verschenen. Dat was helemaal nieuw natuurlijk, maar wij wilden met celluloid, met fílm werken. Om die Super8-apparatuur te behouden hebben we toen de filmwerkplaats Studio één opgericht. Dat werd al snel een groot succes. In de twintig jaar dat Studio één bestaat is er een komen en gaan geweest van filmmakers en kunstenaars, van interesses en voorkeuren. We begonnen met het idee van film als muziek, in tegenstelling tot film als verhaal. Dat uitgangspunt, die fascinatie, is gebleven.
Inmiddels is Studio één eclectischer geworden: we werken met diverse formaten en technieken, digitaal, video, Super8, 16mm. Maar we zijn nog steeds georiënteerd op cinema: het idee van een filmvertoning in een zaal, het unieke moment dat je creëert. Bij ons begint het bij liefde voor film, bij het medium, bij een bepaalde manier van presenteren. Daarin zit ook een belangrijk verschil met videokunst. Zelf ben ik wel zo begonnen op de academie: ik ging mijn performances, live-action painting met een soort Einstürzende Neubauten-percussie, op video vastleggen. Ik werd meteen gegrepen: „Wow, wat een fantastisch medium”. Zo ben ik filmmaker geworden.
Mijn werk is moeilijk onder een noemer te brengen. Ik maak filmgedichten, ‘expanded cinema’, persoonlijke documentaires en filmsprookjes. Mijn films bewegen zich tussen twee polen: een ‘abstracte’, van visuele muziek, en een ‘politieke’, van samenwerking en communicatie met andere culturen, je zou het ‘visuele antropologie’ kunnen noemen. Ik kan niet kiezen, wel tijdelijk, maar nooit definitief.
ANTIPODE 136 is een portret van vier steden (het zijn er eigenlijk meer). Wanneer film- of televisiemakers exotische locaties bezoeken, dan focussen ze meestal op ‘geweldige’ dingen – surfen op de hoogste golven van Hawaï – of op rampen. Maar de werkelijkheid is natuurlijk niet alleen maar spectaculair. Reizen kan ook vies zijn en confronterend, of banaal. Steden gaan bijvoorbeeld steeds meer op elkaar lijken. Tussen die twee uitersten zie je kleine dingen die je bijblijven, gekke dingen waarvan je voelt: dit is typisch voor deze plek. Naar dat soort beelden en momenten heb ik gezocht.
Het idee van de antipode heeft natuurlijk te maken met mijn eigen afkomst. Ik ben zelf een tegenvoeter: ik ben geboren in Australië. Ik ben een vreemdeling hier en vóel me ook vaak een vreemdeling als ik hoor en zie hoe mensen denken. ANTIPODE 136 is dus ook een zelfportret. Ik speel als het ware mezelf. Als een fictief personage lever ik visueel commentaar op wat ik zie. Het gaat daarbij om keuzes, om uitsneden en overgangen waardoor de kijker denkt: „Wat gebeurt hier? Waarom laat hij dit nu zien? Hoe komen we nu ineens van Noorwegen in China?” Ik speel met verwachtingen, ik wil mensen ontregelen, hun ingesleten manieren van kijken doorbreken.
Die ontregeling zit voor een groot deel ook in de ritmische montage van Jesse Franzen, vol contrasten en plotse overgangen van dynamiek naar rust. Jesse kon het materiaal bekijken als gewoon een hele berg beeld en geluid, zonder de last van herinneringen of betekenissen die er voor mij in schuilen. Soms, na een worsteling van dagen, zat hij ineens te lachen achter de computer. Dan hoorde ik hem uitroepen: „Dit is het!” Ook in Jesse schuilt een ontregelaar. We lijken op elkaar, daarom hebben we elkaar misschien ook gevonden. Misschien is ANTIPODE 136 dus wel een dubbel zelfportret.
DARKLOUPE is een bewerking van 16mm-materiaal dat ik nog had liggen. Dat heb ik geprojecteerd en opnieuw gefilmd, waarbij ik de camera bijvoorbeeld voor de projector langs beweeg. De beweging die in het oorspronkelijke materiaal zit wordt verhevigd, beeldlagen komen over elkaar te liggen. Er zit een loop in, een twee minuten durend filmpje wordt herhaald, maar door de verschuivingen merk je dat niet. Het is een spel met tijd. De titel heeft ook te maken met ‘loupe’: al sinds de kunstacademie werk ik vaak met zelfgeknutselde objecten, in dit geval een object met lenzen en stukjes glas. Die ‘loupe’ hebben we gefilmd op het podium, de beelden werden live gemixt met het geprojecteerde beeld. Ook in Lumen gaan Jesse en ik live met beeld en geluid werken. Zoals ik al zei: cinema gaat om een unieke ervaring. Een filmvertoning is nooit zo maar hetzelfde als de vorige of de volgende: de setting, het publiek, alles is altijd anders.”
Karel Doing en Jesse Franzen maken bij DARKLOUPE live beeld en geluid. Performancekunstenaar en componist Michal Osowski (Polen, 1972) studeerde sonologie in Den Haag en behaalde daarna zijn Masters Compositie in Rotterdam. Karel Doing: „Michal is op zoek naar een soort synesthesie, een koppeling tussen beeld en geluid. In het zwart gehuld staat hij voor een zwarte wand. Wanneer hij beweegt, komt er een stukje gekleurde stof te voorschijn. Een door hem ontworpen computerprogramma reageert op die kleur en zo ontstaat er elektronische muziek. Als een vertederende vogelverschrikker speelt hij bewust en heel serieus met de emoties van het publiek. Tegelijkertijd zit er een onderkoelde, onverwoestbare humor in zijn performance.”
regie: Kit-Ling Tjon Pian Gi, Suriname 2008, 9min
Het werk van beeldend kunstenaar Kit-Ling Tjon Pian Gi draait om de kracht van vrouwen. UMA, haar eerste film, is het resultaat van de interactie met danseres Tanuya Manichand en cameraman Karel Doing.
regie: Lulu Ratna, Indonesië 2006, 16min
Lulu Ratna is pleitbezorgster voor de onafhankelijke film in Indonesië. Voor haar documentaire MY BROTHER’S CAMPAIGN, over de apolitieke verkiezingscampagne van haar broer, deed Karel Doing de montage. De kandidaat laat zijn haar knippen voor een bataljon fotografen.
regie: Karel Doing, 2008, 8min met live performance door Karel Doing & Jesse Franzen
Een duistere stroom van complexe gelaagde beelden wordt live gemixt met camerabeelden van een mysterieus object gemaakt van aluminium en lenzen. De suspensevolle soundtrack is van Thanos Polymeneas.
regie: Karel Doing, Jesse Franzen, 2008, 34min
In dit contrastrijke portret van Sjanghai, Marrakesh, Rotterdam en Kabelvåg focust de camera niet op spectaculaire trekpleisters. Een visser werpt zijn hengel uit in een wereldstad, toeristen in korte broek maken foto’s.
performance: Michal Osowski, ca. 12min
Geheel in het zwart gehuld brengt componist en kunstenaar Michal Osowski al bewegend elektronische muziek voort.
©2006 - 2009 Stichting Filmhuis Delft